Wanneer is het risico verhoogd?
Bepaalde aandoeningen of oogkenmerken verhogen het risico:
- Hoge bijziendheid of hoge verziendheid
- Beschadigingen van het hoornvlies (litteken, dystrofie)
- Een zeer harde lenskern (gevorderd, "wit" cataract)
- Slechte pupilverwijding
- Pseudo-exfoliatie syndroom (zwak ophangsysteem van de lens)
- Voorgaande oogingrepen
Ernstige verwikkelingen (zeldzaam)
Acute infectie van het oog — minder dan 1 op 1000. Vereist dringende behandeling.
Bloedlek in het oog tijdens of na de ingreep.
Zwelling van het hoornvlies — meestal voorbijgaand, zelden persisterend.
Zwelling van het centrale netvlies — geeft tijdelijk waziger zicht, behandelbaar.
Doorgaans tijdelijk; soms tijdelijke druppels nodig.
Scheur in het lenszakje tijdens de ingreep — soms tweede ingreep door vitreoretinaal chirurg nodig.
Mildere verwikkelingen
Komen iets vaker voor en herstellen meestal spontaan:
- Voorbijgaande bloeduitstorting van het oogwit (rood vlekje)
- Vertraagde heling van de incisie
- Allergische reactie op de druppels
- Oppervlakkige ontstekingen van het oogoppervlak
- Tijdelijk verhoogde oogdruk
- Lichte vervorming van het hoornvlies (astigmatisme)
Nastaar (capsule fibrose)
In de maanden of jaren na de ingreep kan het achterste lenszakje vertroebelen — een zogenaamde nastaar. Dit is geen complicatie van de operatie zelf en wordt eenvoudig behandeld met een korte, pijnloze laserbehandeling ( YAG-laser capsulotomie) op de raadpleging. De behandeling is volledig terugbetaald.
Hoe minimaliseren we het risico?
- Uitgebreid vooronderzoek (biometrie, OCT, topografie, endotheelmeting)
- Steriele operatie-omgeving in een gespecialiseerd oogheelkundig blok
- Moderne phaco-toestellen met lage ultrasone energie
- Strikt postoperatief druppelschema
- Korte-termijn controle de dag na de ingreep
Tijdens uw vooronderzoek bespreekt dr. Pinxten al uw vragen rond risico's uitvoerig en persoonlijk. U ontvangt ook een schriftelijke informatiebrochure.
